Ombudsman over Wmo: ‘Gemeente laat iemand opnieuw slachtoffer zijn’.

Nationale ombudsman Reinier van Zutphen concludeert in een interview met het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken dat burgers in de Wmo weinig invloed hebben op hulp die zij krijgen.
“Je kunt als systeemdenker heel enthousiast zijn over de decentralisaties, maar degenen in de uitvoering hebben een groot probleem.” Dat meldt de Nationale ombudsman.

Vijfhonderd. Om en nabij het aantal mensen dat zich in 2022 bij de Nationale ombudsman meldde omdat zij niet tevreden waren over de wijze waarop een gemeente een aanvraag of klacht rondom de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) behandelde.
Het is het spreekwoordelijke topje van de ijsberg, want het zijn burgers die zich in eerste instantie bij de gemeente zelf gemeld hebben.

Het aantal en de aard van de klachten waren voor de ombudsman de aanleiding voor het in april 2023 verschenen rapport Link: ‘Burger in zicht!

Een onderzoek naar participatie en invloed van de burger in de Wet maatschappelijke ondersteuning’.
Kwalitatief onderzoek dat bijvoorbeeld het licht zet op het eerste intakegesprek na de Wmo-aanvraag.
Dat gesprek kan echt beter, vindt Nationale ombudsman Reinier van Zutphen.
“Wij zien dat het contact te vaak niet als gelijkwaardig wordt ervaren.
Mensen ervaren een machtsrelatie, terwijl ze sowieso al nerveus zijn voor dat gesprek.
Er is een gevoel van afhankelijkheid, dat het in de handen van een onbekend ander iemand is hoe het met jouw leven verder gaat.
We schreven daar al over in 2017 in ons rapport ‘Terug aan tafel’, maar nu, zes jaar later, horen we te weinig verbetering.”

Jullie schrijven in Burger in zicht! dat die burger een gebrek aan invloed ervaart, te weinig zeggenschap heeft, maar de gemeente is hoe dan ook degene die besluit, die de macht heeft.
Wat is in jullie ogen de ideale relatie?

Reinier van Zutphen: “Zeker, het besluit ligt bij de gemeente, maar wordt er in het gesprek echt gezamenlijk bekeken wat er kan en wat er nodig is?
Voelen de mensen de ruimte om te vragen, en te onderbouwen waarom ze dat vragen?
Is de Wmo-consulent helder over wat mogelijk is en wat niet?
Is het helder dat er geen sprake is van een vooropgezette agenda?
Ons onderzoek laat zien dat dit echt beter kan.”

Het gaat bijvoorbeeld mis in de schriftelijke weergave van het gesprek, schrijven jullie.
Reinier van Zutphen: “Te veel burgers herkennen zich niet in het verslag dat de Wmo-consulent van het gesprek maakt.
En vervolgens is dat verslag moeilijk bij te stellen.
Daar ontstaat dan frustratie, een gevoel van onmacht.
En dat werkt door in het verdere contact.
Dat is belastend voor de inwoner in kwestie, maar ook voor de gemeente.
Wanneer de burger zich herkent in de weergave van het gesprek, dan zie je dat het besluit van de gemeente veel makkelijker geaccepteerd wordt.
Het gaat mij niet om een ‘ik ben akkoord’-vinkje, maar om de vraag of wat die burger belangrijk vindt goed is verwoord in het verslag, zodat diegene erop kan vertrouwen dat daarmee rekening is gehouden bij het besluit, ook al krijgt die persoon niet volledig zijn of haar zin.”

Link: Lees het volledige interview op de website van de Nationale ombudsman.

(Bron: Nationale ombudsman)

Bron: Supportmagazine.nl